Terug naar hoofdinhoud
"Hoe kunnen we de werkelijke wachttijden in de Jeugdzorg inzichtelijk maken? Wat is daarbij essentieel; de eerste hulpvraag of de administratieve startdatum?"
zaterdag 17 januari 2026

5 Ongemakkelijke waarheden over wachttijden en één kans op verbetering!


1. Het wachten begint vóór het eerste datapunt

De grootste blinde vlek van het huidige systeem zit verstopt in iets wat bijna niemand ziet: de wachttijd voordat het eerste bericht überhaupt bij een gemeente binnenkomt.
Gemeenten hebben geen idee wanneer de wachttijd écht begint. Alles wat we meten, start pas wanneer een administratief bericht is verzonden. Maar het hele voortraject — de zoektocht van ouders, de eerste aanmelding, de intake — telt nergens mee. Sommige gemeenten laten aanbieders elk kwartaal een format invullen met aantal wachtenden en wachttijden, maar dat is een momentopname. Anderen baseren zich volledig op het berichtenverkeer, maar dat is puur administratie. Er komt weliswaar een aanmeldregister aan, maar het automatiseren van dat proces kan nog wel even duren. Tot die tijd blijft het echte beginpunt van zorg voor iedereen onzichtbaar.


2. De startdatum in het systeem is geen startdatum van zorg

Velen denken dat de ‘startdatum’ uit het berichtenverkeer iets zegt over wanneer de hulp begint.
Maar die datum is administratief, niet landelijk gedefinieerd en in elke regio anders. Veel gemeenten koppelen die datum aan het moment dat er gedeclareerd mag worden. Een aanbieder zal die startdatum dus vaak gelijkstellen aan de begindatum van de toewijzing. Maar dat betekent helemaal niets over de werkelijke start van ondersteuning. Welke datum zou wél tellen? De aanmelddatum. Dat is het eerste echte signaal dat een jongere hulp nodig heeft. Vanaf dat moment loopt de wachttijd.

Voor aanbieders is een wachtlijst ook werkvoorraad. Als ze alles transparant zouden maken, bestaat het risico dat jongeren naar een andere aanbieder gaan die wél plek heeft. En niemand wil leegloop.


3. Wachtlijsten zijn een black box

Dat aanbieders hun wachtlijsten beheren zonder gemeentelijk zicht erop, leidt tot structurele misvattingen. We weten niet wie er wacht, hoeveel mensen er wachten, of hoelang. Voor aanbieders is een wachtlijst ook werkvoorraad. Als ze alles transparant zouden maken, bestaat het risico dat jongeren naar een andere aanbieder gaan die wél plek heeft. En niemand wil leegloop.
Daar komt nog bij: dubbele of driedubbele inschrijvingen zijn de norm, niet de uitzondering.
Net als bij twee kassarijen waar koppels zich in beide splitsen om te kijken welke sneller gaat. Jongeren of ouders schrijven zich gewoon bij meerdere aanbieders in. Dat maakt elke wachtlijst optisch langer dan hij is — en elke wachttijd onnauwkeurig.


4. We sturen op wat makkelijk te meten is, niet op wat maatschappelijk relevant is

Gemeenten baseren hun inzicht vaak op administratieve data, omdat feitelijke toegangsinformatie moeilijker te krijgen is, of simpelweg niet gedeeld wordt. Databeschikbaarheid is een groot issue. Aanbieders of toegangsteams geven die informatie niet graag, bijvoorbeeld onder het mom van privacy. Maar zonder dat inzicht kun je nooit goed sturen. Het gevolg? Beleidskeuzes gebaseerd op halve waarheden. Als iemand op drie wachtlijsten staat, zijn de wachttijden feitelijk veel korter dan wat een aanbieder rapporteert. Want aanbieders tellen simpelweg iedereen op de lijst mee, inclusief de mensen die tussentijds bij een andere aanbieder terechtkomen. Daardoor is de data vervuild. En beleid dat daarop wordt gemaakt, dus ook.


5. Dashboards vertellen een mooi verhaal, maar niet het ware verhaal

Huidige dashboards missen één ding volledig: de echte wachttijd. Zonder landelijke definitie meet iedereen iets anders. Daar komt bij dat overbruggingszorg vaak niet apart wordt gedeclareerd. Daardoor lijkt het alsof iemand al zorg heeft, terwijl diegene feitelijk nog steeds wacht op het programma dat hij nodig heeft. Vergelijk het met een bezoek aan een restaurant:
Als je eerst een voorgerecht krijgt, maar je wacht eigenlijk op het hoofdgerecht, wil je de wachttijd meten tot het hoofdgerecht. Niet tot het voorgerecht, hoe lekker dat ook kan zijn.


De uitgelezen kans op verbetering!

Echte verbetering ligt in twee simpele maar fundamentele stappen: richt het systeem in op het zorgaanbod, niet alleen op geleverde zorg. En leg informatie eerder vast zodat je ook het voortraject kunt monitoren. Precies daar werken wij bij Team Zorgportaal samen met het Ketenbureau i-Sociaal Domein aan. Het landelijk aanmeldregister als basis voor het startpunt van de wachttijden en inzicht in de wachtlijsten. Als we daarna ook de zorg gaan inrichten op basis van het aanbod, i.p.v. op basis van de details hebben we een hele stap gezet. Een systeem dat niet alleen registreert wat er gebeurt, maar eindelijk inzicht geeft in wat er moet gebeuren. Vanaf het allereerste moment dat een jongere om hulp vraagt.

Delen: