Van koninklijke woorden naar lokale daden
Gisteren las koning Willem-Alexander de troonrede voor. Geen bezuinigingsverhaal. Geen afbraak van het sociaal domein. Integendeel: het kabinet erkende dat preventie veel belangrijker moet worden. Dat een zorgvraag niet altijd meteen een medisch antwoord behoeft. Dat jeugdzorg beschikbaar moet blijven voor iedereen die het nodig heeft en dat dit een gezamenlijke opgave is van Rijk én gemeenten. Blijkbaar geldt 'voorkomen is beter dan genezen' niet alleen voor mensen, maar ook voor asfalt: er komt extra geld voor onderhoud aan verouderde wegen, bruggen en spoorwegen, omdat de basis op orde moet zijn."
Den Haag zegt dus precies wat wij als professionals in het sociaal domein al jaren zeggen.
Maar hier is de vraag die ons bezighoudt: wie pakt die handschoen op?
De logica van de ondernemer
Als ondernemer denk je in rendement op investering. Je kijkt niet alleen naar de factuur van vandaag, maar naar de cashflow van morgen.
En je weet: uitgesteld onderhoud is het duurste onderhoud dat er is.
We hoeven daar niet ver voor te zoeken. Jarenlang is het onderhoud aan Nederlandse bruggen en viaducten uitgesteld, te duur, te weinig prioriteit, altijd wel iets urgenters. Tot de rekening alsnog binnenkwam, in de vorm van afsluitingen, noodreparaties en vervangingen die een veelvoud kostten van wat tijdig onderhoud had gekost. De troonrede erkende dat gisteren met zoveel woorden. Er is een inhaalslag nodig. De basis moet op orde.
Hebben we er iets van geleerd? Voor de bruggen blijkbaar wel. Maar voor de sociale infrastructuur?
In het sociaal domein werkt het ook zo. Een gezin dat vroeg wordt ondersteund, stroomt minder snel door naar dure crisisopvang. Een oudere met thuisbegeleiding belandt minder snel in een verpleeghuis. Een buurt met een sterke sociale basis produceert minder daklozen, minder schuldenproblematiek, minder zware zorg. Wacht je tot de brug instort, dan betaal je niet alleen de brug, je betaalt ook de omleiding, de economische schade en het herstel van het vertrouwen.
Het RIVM verwacht in 2040 bijna een verdubbeling van de zorguitgaven tot 174 miljard euro, zo'n 16,4% van het bbp. Bij ongewijzigd beleid verdringen zorgkosten andere overheidsuitgaven. Dat is de échte bedreiging voor de gemeentebegroting. Niet het preventieprogramma. Niet de wijkverpleegkundige. Niet de sociale basis.
De keuze ligt bij de gemeente
Het Rijk stuurt geld. Gemeenten bepalen wat er mee gebeurt.
Voor de jeugdzorg krijgen gemeenten in 2026 728 miljoen euro extra bovenop eerdere afspraken. Bedoeld om de transformatie te ondersteunen, stevige lokale teams te bouwen en de sociale basis te versterken. De troonrede bevestigt dat. Het geld is er. De richting is helder.
Maar dezelfde gemeenten staan onder enorme druk van oplopende tekorten, complexere zorgvragen en politieke waan van de dag. En in die druk wordt de keuze steeds vaker gemaakt om te blussen in plaats van te voorkomen. Want brandjes blussen levert zichtbare resultaten op. Preventie niet, tenminste, niet op de tijdlijn van een begrotingsjaar.
Dat begrijpen we. Maar het is precies de fout die we herkennen van de bruggen.
De vraag die wij stellen
Wij werken dagelijks in het sociaal domein. Wij zien gemeenten die weten wat er moet, maar in de praktijk toch kiezen voor wat urgent is boven wat nodig is. De zorgvraag wordt complexer, doelgroepen worden zwaarder, en de ruimte om "meer van hetzelfde" te doen verdwijnt.
Den Haag heeft de handschoen neergelegd. De troonrede was helder: preventie moet centraal staan, de sociale basis moet worden versterkt, en de opgave in de jeugdzorg is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Nu is het aan de gemeente om die handschoen op te pakken. Niet volgend jaar. Niet na de volgende raadsperiode. Nu, terwijl er geld is, terwijl de richting klopt, en terwijl de rekening van uitstel nog te overzien is.
We hebben gezien wat er gebeurt als je bruggen laat verloederen. We weten wat uitgesteld onderhoud kost.
Gemeentebestuurders: pak die handschoen op!
Nieuwsgierig?
Wil je meer weten naar aanleiding van dit artikel of wil je graag in contact komen met de geïnterviewde? Neem contact met Hanco van Tol: